Vertrouwen in burgers, bouwstenen voor burgerparticipatie in uw gemeente

Een nieuwe collegeperiode voor uw gemeente brengt nieuwe taken en uitdagingen met zich mee. Als gemeentebestuur raakt u nooit uitgediscussieerd over hoe je als gemeente op een effectieve manier inwoners betrekt bij besluitvorming en uitvoering van beleid. En terecht. Er zijn vele goede voorbeelden maar vaak kan het beter. Bovendien verandert de samenleving constant. U zult altijd weer opnieuw moeten bekijken hoe u inwoners wilt en kunt betrekken bij uw werk.

Zoals bij belangrijke beleidsnota’s wordt ingegaan op de betrokkenheid van bewoners, kan ook in het collegeakkoord en -programma een aparte alinea over burgerparticipatie worden opgenomen. Zowel raadsleden, B&W als ambtenaren staan veelal positief ten opzichte van burgerparticipatie. Maar de meeste gemeenten hebben nog geen duidelijke interne rolverdeling en geen burgerparticipatienota. Natuurlijk regel je burgerparticipatie niet alleen met een nota en een alinea in het collegeprogramma, maar die helpen wel om te bepalen wat je als gemeente wilt met burgerparticipatie en hoe daarbij de taken tussen burgers, raad en college zijn verdeeld.

Hierbij wil het Instituut voor Publiek en Politiek u een aantal suggesties oftewel bouwstenen meegeven voor de nieuwe raadsperiode. De start van de nieuwe raads- en collegeperiode is een goed moment om hierover afspraken te maken. De invulling is natuurlijk maatwerk per gemeente.

1. Burgers met budgetten

Veel gemeenten hebben een leefbaarheidsbudget waarmee kleine bewonersinitiatieven worden bekostigd. Om de verantwoordelijkheid voor het publiek domein werkelijk over te dragen aan bewoners zijn ook structurele budgetten mogelijk. Denk aan wijk- en dorpsbudgetten. Lees meer over internationale voorbeelden en een voorbeeld van de gemeente Hoogeven. Het IPP heeft in 2009 de bewonersbudgetten onderzocht. Lees het onderzoeksrapport Wipkippen, wisselgeld en wisselend succes. Over het succes en faalfactoren van gemeentelijke burgerinitiatieven. Een van de centrale vragen in dit onderzoek is: Wat is de ervaring vanuit de gemeente met het functioneren van het bewonersbudget?

2. Geef burgerinitiatieven een kans

Richt de gemeentelijke organisatie zodanig in dat initiatieven van inwoners en organisaties serieus worden opgepakt. Voorkomen moet worden dat inwoners vastlopen in het gemeentelijke apparaat. Oplossingen zijn een eenloketfunctie en een medewerker die het initiatief begeleidt. Regel een ‘initiatievenmakelaar’ of een andere manier van ondersteuning. Zorg ook voor een koppeling van de initiatieven naar college en raad. Lees meer informatie hierover op Help! een burgerinitiatief.

3. Burgers hebben invloed op de gemeenteraad

Uiteindelijk is de raad het orgaan dat besluiten neemt. Hij kan wel het vertrouwen en de legitimiteit van zijn besluiten vergroten door participatie mogelijk te maken of zelf participatie te organiseren. De participatieve en representatieve democratie versterken elkaar alleen als de gemeenteraad een actieve rol in het proces speelt. Hierbij een aantal mogelijkheden waarmee de raad aan de slag kan:

  • Referendum: door middel van een referendum kunnen burgers gevraagd of ongevraagd beleid corrigeren of de gemeenteraad advies geven. Dit draagt bij aan een politieke cultuur waarin de burger centraal staat. Lees hier meer over het referendum in Nederland.
  • Het formele recht op een burgerinitiatief: hiermee kunnen inwoners een onderwerp op de raadsagenda zetten. De gemeente kan inwoners deze mogelijkheid bieden door middel van een gemeentelijke verordening. Zie hier de aanpak van de gemeente Purmerend.
  • Vergadervormen: de meeste gemeenten hebben de afgelopen periode geëxperimenteerd met vergadervormen. Een goede inrichting van de vergaderstructuur kan het makkelijker maken voor inwoners om deel te nemen aan discussies.
  • De raad organiseert zelf participatie: er is de laatste jaren veel geëxperimenteerd met instrumenten. Denk eens aan een burgerjury, begrotingsbeslissingen, al dan niet digitaal burgerpanel, burgeraudit, burgerforum en burgervisitatie. Lees meer over burgerfora en burgerjury in het onderzoek De burger aan zet.

4. Verankering burgerparticipatie in de organisatie: procesafspraken vastleggen

De afspraken (spelregels) voor burgers, raad en college over de manier waarop burgerparticipatie wordt vormgegeven, moeten worden vastgelegd. Daarvoor is aandacht in het collegeprogramma, in een kadernota burgerparticipatie en het is onderdeel van alle belangrijke beleidsprojecten (bijvoorbeeld door een vaste paragraaf in startnotities).

5. Kwaliteit burgerparticipatie: evaluatie is de standaard

De kwaliteit van burgerparticipatie moet zijn geborgd, net zoals ander gemeentelijk beleid. Dus als onderdeel van de planning & control cyclus worden evaluaties standaard uitgevoerd, en vindt toetsing door de gemeenteraad plaats en bewaking door de burgemeester. Lees het CLEAR-model van de Raad van Europa of het onderzoek In actie met burgers. Evaluatie van burgerparticipatie van Hein Albeda.

6. Burgemeester als hoeder van burgerparticipatie

De burgemeester staat enigszins op afstand van de partijpolitiek en kan zich als onafhankelijke vertrouwenspersoon opstellen. Tevens heeft de burgemeester een verantwoordelijkheid ten aanzien van de kwaliteit van besluitvormingsprocessen. Over de invulling van deze rol kun afspraken worden gemaakt in het collegeprogramma.

7. Open gemeente 2.0

  • De gemeente is open over plannen en documenten die van belang zijn voor de burgers: actieve openbaarheid en toegankelijkheid, ook digitaal.
  • Het internet en nieuwe communicatiemiddelen bieden nieuwe mogelijkheden om inwoners te betrekken.

Voor meer informatie over e-participatie kunt de volgende websites bezoeken: Ambtenaar 2.0 en Burgerlink

8. Benadering specifieke doelgroepen

Bij al deze maatregelen bereikt de gemeente meestal een beperkte groep actieve burgers. Die groep is essentieel om lokale kennis, betrokkenheid en energie te mobiliseren. Maar het is tegelijkertijd belangrijk om apart aandacht te besteden om ook afzijdige en moeilijk bereikbare burgers aan te spreken. Meestal moeten zij speciaal worden opgezocht en met andere communicatiemiddelen worden benaderd. Voor meer informatie over de ontevrede burger lees het onderzoek Ontevreden over het functioneren van de democratie.

Meer informatie

Het Instituut voor Publiek en Politiek werkt regelmatig samen met het ministerie van BZK en de VNG. U vindt meer informatie op:

Voor al uw vragen en meer informatie over onze cursus voor inwoners kunt u een mail sturen naar r.martens@publiek-politiek.nl of contact opnemen met Roelof Martens via (020) 521 76 58.

eZ Publish™ copyright © 1999-2010 eZ Systems AS